Hotel Ausfahrt

Jamie van Lede

Ik ben 7 jaar oud en zit met mijn familie in de auto op weg naar een wandelvakantie in de Zwitserse Alpen. Mijn ouders willen naar klassieke muziek luisteren; achterin zetten mijn broertjes en ik in op sprookjes of het cassettebandje van Bert en Ernie. Het compromis wordt Abba. 

Met I have a Dream op de achtergrond razen we over Duitse snelwegen en valt mijn oog op de borden met de tekst Ausfahtrt die om de zoveel tijd voorbij schieten. Ik vraag mijn vader wat ze betekenen. Hij wil naar Abba luisteren en antwoordt om er maar vanaf te zijn - voor de grap - dat het een heel bekend hotel is.

Als dromerig kind neem ik genoegen met zijn antwoord en stel me voor dat elke afrit via een slingerend weggetje leidt naar dat mysterieuze Hotel Ausfahrt. En bij elk veranderend landschap dat we passeren bedenk ik een verhaal, een sfeer en wordt mijn beeld van het gebouw concreter. 

Pas op de terugweg hoor ik van mijn vader dat Ausfahrt het Duitse woord is voor afslag. Het kwaad is al geschied. Het wonderlijke, tot mythische proporties verheven hotel heeft zich als metafoor al in mijn brein genesteld. Daar zie ik een toevluchtsoord voor dromers en dwalers. Voor clowns en filosofen, kunstenaars en paradijsvogels. Andersdenkenden en revolutionairen. Een plek waar alles klopt. Waar een tijdloze orde geldt. Waar mens, dier en natuur als in een Hof van Eden samenwonen.

Hotel Ausfahrt is altijd bij me gebleven en heeft inmiddels een extra betekenis gekregen. We zitten als samenleving namelijk op een snelweg die richting afgrond dendert - economisch, ecologisch, existentieel. In de landbouw, het onderwijs, de zorg. Het zijn systemen die op hun laatste benen lopen, die niet meer werken, die ons niet langer dienen. En dat geldt ook voor de gebouwde omgeving, mijn vakgebied, die door sinds de modernisering volledig ontzield is geraakt. 

Als we het gevaar willen afwenden dan moeten we ergens afslaan. Niet uit angst, maar omdat er iets beters lonkt. Een ander pad. Een inspirerend vergezicht. Een plek waar ruimte weer bezield mag zijn, waar schoonheid betekenis krijgt, en waar de menselijke maat weer leidend wordt.

Over dat vergezicht, die zoektocht naar bezieling in de gebouwede omgeving, dáár wil ik over schrijven.

Over ruimte die leeft. Over architectuur als beleving. Over zintuigen, boeken, rituelen, systemen, de ziel van een plek. Over wat we verloren zijn, en wat we kunnen terugvinden - met hoofd, hart en hand. Dit eerste schrijven is het begin van die zoektocht.

Je zult hier essays vinden die dieper graven dan vormgeving of duurzaamheid alleen. Reflecties over hoe we leven, bouwen, voelen, maken. En korte boekverslagen van de teksten die me inspireren, fascineren of verwarren. Geen manifest, geen handleiding, geen harde wetenschap. Maar verhalen die ons helpen de afslag te nemen op weg naar Hotel Ausfahrt. Want zoals de dichteres Muriel Rukeyser het ooit treffend zei: “Het Universum bestaat uit verhalen en niet uit atomen.” En zo is het!