The Green Imperative

Ecology and Ethics in Design and Architecture

Victor Papanek

The Green Imperative van Victor Papanek is een bloemlezing – een eclectisch, genereus en soms ronduit geniaal overzicht van alles wat er speelt in de wereld waar ontwerp, design, ecologie en ethiek elkaar raken. Papanek, die als hoogleraar aan de TU Delft verbonden was, weet in dit boek het hele spectrum van duurzaam ontwerp aan te raken – van spiritualiteit tot afval, van traditionele wijsheid tot toekomstige technologie, van intuïtie tot systeemkritiek. Een boek vol open vragen, generieke beschouwingen, anekdotes, en tegelijk een krachtige oproep tot heroriëntatie.

Aan de hand van de hoofdstuktitels ontvouwt zich dat brede veld. In Here Today, Gone Tomorrow? opent hij met een vernietigende analyse van de wegwerpcultuur en de vluchtigheid van veel design. Designing for a Safer Future vraagt ontwerpers om verantwoordelijkheid te nemen voor fysieke én psychische veiligheid en ons niet te vergiftigen met badeendjes die kankerverwekkende weekmakers bevatten. In Toward the Spiritual in Design schuift hij de zintuigen en het onzegbare naar voren, en pleit hij voor een architectuur die verbindt met het grotere geheel. Sensing a Dwelling, voor mij een van de vele briljante hoofdstukken, keert zich expliciet tegen de beeldcultuur in de architectuur. Hier geen glossy Instagram façades, maar een pleidooi voor ruimtes die we met al onze zintuigen ervaren.

In latere hoofdstukken zoals Is Convenience the Enemy? en Sharing Not Buying werpt Papanek fundamentele vragen op over onze verhouding tot comfort, eigendom en gemeenschap. Hij stelt dat de gevolgen van slecht ontwerp niet zozeer technologisch zijn, maar vooral ethisch. En dat goed ontwerper begint bij de vraag voor wie en waarom en met welke gevolgen we ontwerpen.

Een absoluut hoogtepunt in het boek was voor mij het hoofdstuk The Best Designers in the World. Papanek laat hier zien hoe ‘primitieve’ volkeren zoals de Inuit uit het poolgebied in werkelijkheid meesters zijn in contextueel en zintuiglijk ontwerp. In een wereld van sneeuw, ijs en mist, waarin boven en onder, links en rechts betekenisloos zijn, hebben zij een oriëntatie vermogen ontwikkeld dat ver voorbij onze beeldgeoriënteerde wereld reikt.

Als de Inuit gaan jagen en hun iglo’s verlaten, onthouden ze de terugweg door telkens achterom te kijken. Niet naar hun sporen die binnen de kortste tijd zijn weggesneuwd, maar naar de windpatronen die ze op de terugweg zullen herkennen. Ook maken ze voelbare landkaarten: uit drijfhout gesneden contouren van de uitgestrekte grillige kustlijn, die in de kano op de tast worden gevoeld in plaats van gelezen. Deze voelkaarten bleken later, bij vergelijking met satellietbeelden, een op een te matchen. Dan is het vrij ironisch dat wij,  die zonder GPS binnen de korste keren verloren zijn, deze mensen afschilderen als primitief…

The Green Imperative zou verplichte kost moeten zijn – niet alleen voor architecten en ontwerpers, maar voor iedereen die bijdraagt aan de gebouwde omgeving. Want dat is wat ontwerp in essentie is: ruimte maken. Voor leven. Voor gemeenschap. Voor de echte wereld van alledag. En vooral: voor het herontdekken van wat we allang wisten.